Dienstverlening

Thomas

Thomas (Theologie, Onderwijs en Multimedia: Actieve Samenwerking) wil een actieve en interactieve samenwerking creëren tussen alle leerkrachten (r.-k.) godsdienst van alle onderwijsnetten in Vlaanderen en allen die met geloofsopvoeding (bij jongeren) begaan zijn. Alle actoren van het Vlaamse godsdienstonderwijs en pastoraal op school kunnen elkaar hier vrij ontmoeten in een kwalitatief kader dat ontworpen en onderhouden wordt vanuit de Faculteit Theologie en religiewetenschappen van de K.U. Leuven. Thomas leeft van de overtuiging dat we sterker staan als we samenwerken en dat er doorheen intense interactie samen kan gezocht worden hoe de levensbeschouwelijke en religieuze dimensie van de werkelijkheid voor jongeren op een hedendaagse wijze kan ontsloten worden.

Bezoek Thomas

Leermiddelen

1. Caleidoscoop

Caleidoscoop is een methode voor het secundair godsdienstonderwijs, die een concrete uitwerking en toepassing is van het hermeneutisch-communicatief model vakdidactiek godsdienst en volledig in overeenstemming is met de terreindoelen van het geldende leerplan rooms-katholieke godsdienst .

Caleidoscoop heeft als opzet om leerlingen naar het leven te laten kijken als in een caleidoscoop, waarbij ze meer scherpte en diepte in de werkelijkheid leren zien. Dit nieuwe leermiddel wil het leven, als bij een caleidoscoop, in beweging brengen en aan leerlingen nieuwe perspectieven aanbieden. Hiertoe biedt Caleidoscoop een duidelijk en samenhangend inhoudelijk aanbod, dat volledig in dienst staat van de levensbeschouwelijke groei van jonge mensen en waarbij aangestuurd wordt op een communicatie die naar de diepte gaat.

Caleidoscoop werd ontwikkeld o.l.v. D. Pollefeyt binnen het Centrum academische lerarenopleiding godsdienst van de KU Leuven.

De methode is opgebouwd uit vijf stappen, telkens in een leerlingendeel en een leerkrachtendeel. Caleidoscoop is beschikbaar voor alle jaren van het ASO. Voor de eerste drie jaar is er ook een werkboek uitgewerkt.

  1. In de kleurenkaart wordt de thematiek in kaart gebracht, zoals die zich vandaag in onze wereld aandient. Het thema wordt zo een eerste keer verkend en het doel hiervan is om leerlingen te doen inzien dat er in dit thema vragen naar zingeving en levensbeschouwing aanwezig zijn, die relevant zijn voor de godsdienstles en voor het eigen leven.
  2. Rond een welbepaald thema bestaan er (ook in de klas) altijd verschillen in interpretatie, verschillende visies die – omdat ze zo verschillend zijn – tot een discussie en soms tot interpretatieconflicten kunnen leiden. Het doel van de kleurverschillen is om leerlingen die interpretatieverschillen te laten ontdekken.
  3. De kleurindex is de kern van elk thema. Hier wordt immers duidelijk dat de mogelijke interpretaties die aan bod kwamen in de kleurverschillen niet vrijblijvend zijn, maar dat er diepere levensbeschouwelijke visies achter schuilgaan. Deze visies worden (soms uitvoerig, soms eerder beknopt) weergegeven, geïndexeerd.
  4. In het kleurenspectrum wordt er ingegaan op de positie van de grote religieuze tradities ten opzichte van het thema. De christelijke traditie krijgt hierbij een bijzondere plaats. Er is echter zeker ook aandacht voor het humanisme en het atheïsme.
  5. Het laatste, en in zekere zin het belangrijkste, element is de kleurenpracht. Hier worden aanzetten gegeven om de thematiek op een persoonlijke manier te integreren en om verder te groeien in de eigen levensbeschouwelijke identiteit, vanuit de confrontatie met de veelkleurigheid van de werkelijkheid.

Bezoek de ‘Caleidoscoop’  pagina

2. Land in zicht

Land In Zicht in een nieuwe methode in ontwikkeling voor het vak rooms-katholieke godsdienst van het lager onderwijs. De methode wordt ontwikkeld o.l.v. D. Pollefeyt aan het Centrum Academische lerarenopleiding godsdienst van de KU Leuven.

De methode volgt een drievoudige structuur:

  1. Leerlingen leren kaart lezen en zich oriënteren: waar bevinden zij en anderen zich?
  2. Leerlingen varen koers en komen zo in andere, misschien onbekende, vaarwaters terecht; christelijke lichtbakens worden tijdens de vaarroute aangeduid en ontdekt.
  3. Telkens komt er land in zicht: vaste grond onder de voeten. Leerlingen kijken met een nieuwe, verdiepte blik naar de dingen door de reis die gemaakt werd. Waarna de reis hervat wordt.

Bezoek de ‘Land in zicht’ pagina

Nieuw:

» Authentiek katholiek onderwijs vraagt engagement (Tertio)

Zoeken:

Deel op Facebook: